De Langstraat zwemt tegen de stroom in: minder jongeren in jeugdhulp

DE LANGSTRAAT - Terwijl de jeugdzorg in Nederland onder grote druk staat, laten meerdere gemeenten in De Langstraat een daling zien in het aantal jongeren dat jeugdhulp ontvangt. In Loon op Zand, Waalwijk, Heusden en Dongen lag dit percentage in 2025 lager dan in 2024. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Hoe komt dat?

Landelijk ontvingen, in de eerste helft van 2025, ongeveer 390.000 jongeren jeugdhulp. Daarbij wordt de hulp gemiddeld intensiever: trajecten duren langer en complexe problematiek komt vaker voor. Tegen die achtergrond valt de ontwikkeling in De Langstraat op.

Loon op Zand: andere werkwijze, minder aanmeldingen

In Loon op Zand daalde volgens het CBS het aandeel jongeren met jeugdhulp van 14,16 procent in 2024 naar 11,69 procent in 2025. Volgens de gemeente hangt dit samen met een bewuste verandering in de werkwijze. “Het afgelopen jaar hebben we de beweging ingezet om het Sterk Lokaal Team meer positie in te laten nemen en om vanuit daar steeds meer ondersteuningsvragen zelf op te vangen,” aldus een woordvoerder van de gemeente. Tegelijkertijd wordt er volgens de gemeente beter gesorteerd in de documenten rondom jeugdhulp.

Daarnaast is het Zorgloket anders gaan werken. “Het Zorgloket is beter gaan screenen en heeft mensen verwezen naar het wijkteam. Er is meer ingezet op de voorkant en het voorliggende veld.” Daarnaast investeerde de gemeente extra in samenwerking met huisartsen, scholen en wijkteams. Dat vertaalt zich volgens de gemeente ook in aantallen. In juli 2024 waren er 459 unieke jeugdigen in zorg, in juli 2025 waren dat er 439. “Concluderend kan worden gesteld dat er daadwerkelijk ook minder aanmeldingen zijn geweest, ofwel opgepakt.”

De gemeente benadrukt dat wijkteamhulp niet wordt vastgesteld. “Waar we in het verleden geïndiceerde zorg ingezet zouden hebben, zijn er nu alternatieven die bijdragen aan de manier waarop de wijkteams regisseren en bijvoorbeeld kunnen verwijzen naar het Sterk Lokaal Team, dan wel een partner uit het voorliggend veld.” Landelijk ontvangt ongeveer één op de zeven jongeren jeugdhulp; in Loon op Zand is dat volgens de gemeente ongeveer één op de negen. “We zetten steeds bewuster in op het versterken en betrekken van het netwerk, omdat we zien dat dit bijdraagt aan een duurzame oplossing.”

Waalwijk: snelle, indicatievrije ondersteuning

Ook in de gemeente Waalwijk daalde het aandeel jongeren met jeugdhulp, van 14,44 procent naar 11,63 procent volgens het CBS. De gemeente koppelt deze daling aan de werkwijze binnen het programma Samen Redzaam en het Stevig Lokaal Team Jeugd (SLT Jeugd), dat sinds oktober 2023 actief is. “Een jeugdprofessional van het SLT Jeugd kijkt direct mee en pakt de ondersteuningsvraag op zonder dat daar eerst een officiële indicatie voor nodig is,” stelt een woordvoerder van de gemeente. “Daardoor kunnen we sneller schakelen en blijven veel jongeren uit de zwaardere jeugdzorgtrajecten.”

De gemeente breidt het indicatievrije aanbod verder uit, bijvoorbeeld met trainingen en opvoedondersteuning. “Door dit soort vragen vroegtijdig op te vangen, voorkomen we dat kleine zorgen grote problemen worden.''

Bij jeugdhulp met verblijf sluit de gemeente Waalwijk zich aan bij de regionale koers Samen met de Jeugd. “Ons uitgangspunt: kinderen horen thuis op te groeien.” Wanneer verblijf nodig is, gaat de voorkeur uit naar pleegzorg of gezinsgerichte woonvormen. “Een zeer klein aantal jongeren verblijft in de gesloten jeugdzorg, wanneer er sprake is van ernstige en meervoudige problematiek en veiligheid vooropstaat.”

Heusden: centrale toegang via Jeugd-  en Gezinsteam

De sterkste procentuele daling is zichtbaar in Heusden, waar het aandeel jongeren met jeugdhulp daalde van 15,03 procent naar 11,59 procent volgens het CBS. Volgens de gemeente hangt dit samen met de inrichting van één centrale toegang. “In 2022 is het Jeugd- en Gezinsteam van Bijeen Heusden opgericht,” licht een woordvoerder van de gemeente toe. “Door de komst van dit team hebben we meer zicht op het overgrote deel van de ondersteuningsvragen van de gezinnen in de gemeente.” Vrijwel alle verwijzingen lopen via dit team. “Hierdoor hebben we meer grip op het effectief inzetten van jeugdhulp.” De professionals richten zich op 'effectieve hulp, gericht op het aanpakken van de oorzaak van problemen' en werken samen met aanbieders resultaatgericht.

Heusden plaatst daarbij een kanttekening bij landelijke vergelijkingen. “Nog niet alle gemeenten bieden jeugdhulp in hun wijkteam. Daarnaast is de ervaring dat lang niet alle gemeenten die wijkteamhulp bieden dit ook als jeugdhulp zien en doorgeven aan het CBS. Hierdoor zijn de totale cijfers minder betrouwbaar.''

Van de jeugdigen in Heusden die jeugdhulp ontvangen, krijgt ongeveer 52 procent ambulante jeugdhulp en 37 procent wijkteamhulp. Het aantal jongeren met jeugdhulp met verblijf bleef in 2025 ongeveer gelijk aan 2024.

Dongen: percentage daalt, aantallen stabiel

In Dongen daalde volgens het CBS het aandeel jongeren met jeugdhulp van 14,11 procent naar 11,93 procent. Die daling zegt volgens de gemeente echter niet alles over de zorgvraag. “De CBS-halfjaarcijfers van het aantal jongeren met jeugdzorg zijn sinds 2023 vrij stabiel: dit zijn ongeveer 600 jongeren in Dongen,” stelt de gemeente. Ook in de eerste helft van 2025 ging het om circa 600 jongeren. “Het lijkt dan eerder zo te zijn dat de totale groep jeugdigen groter is, waardoor het percentage lager uitvalt.”

Wel veranderde de organisatie van ondersteuning. In februari 2025 startte het Dorpsteam, waarin vier bestaande partijen hun krachten bundelden. Schoolmaatschappelijk werk, onderdeel van dit team, kreeg in 2024 extra uren.

Gedeelde beweging, verschillende verklaringen

Alle vier de Langstraat gemeenten werken samen binnen de regio Hart van Brabant, onder meer op het gebied van inkoop. Tegelijkertijd geven zij elk op hun eigen tempo en manier invulling aan stevige lokale teams en wijkteamhulp. Zoals Heusden het samenvat: “Op dit moment zijn er nog wel verschillen in hoe dit is vormgegeven en in welke fase het opstarten van de stevige lokale teams is. We wisselen ervaringen uit en leren van elkaar.”

De cijfers laten een daling zien, maar gemeenten benadrukken dat registratieverschillen, demografische ontwikkelingen en lokale keuzes een grote rol spelen. Een lager percentage betekent niet automatisch minder problematiek, maar weerspiegelt vooral hoe ondersteuning lokaal wordt georganiseerd en geregistreerd.