WAALWIJK -De partij Samen Waalwijk hoeft weinig steun te verwachten voor de motie die gaat over de invoering van een referendumverordening in de gemeente Waalwijk, die raadplegend én raadgevend is. Uit de raadsvergadering van donderdag 29 januari bleek dat er geen partijen waren die deze referendumverordening zien zitten.
De aanleiding van deze motie is dat de drie initiatiefnemers, Theo Weijters, Arie van Iersel en Rob Bonninga sinds begin april vorig jaar al bezig zijn met een petitie voor een referendumverordening. Deze petitie hebben dan ook bijna 700 mensen ondertekend. Op 15 januari tijdens het Waalwijkse podium had Rob Bonninga de ondertekeningen van de petitie aan de raad overhandigd, nadat hij tijdens dit Waalwijkse podium zijn petitie verder mocht toelichten. Tijdens de vergadering op 29 januari kreeg Richard Frodyma van Samen Waalwijk de kans om de raad toch nog te overtuigen van een referendumverordening, maar dit bleek uiteindelijk niet te lukken.
Motie Samen Waalwijk
Frodyma opende zijn speech met een metafoor om de raad op scherp te zetten. "Soms voelt lokale democratie een beetje als een huis waar we allemaal in wonen, maar waar sommige kamers op slot lijken te zitten. Inwoners kloppen op de deur maar hebben het gevoel alsof er niet wordt opengedaan. Vanavond wil ik een sleutel aanreiken, om de deuren verder open te zetten." Frodyma legde ook aan de raad wat hij denkt dat het belang is van deze motie: "Een referendumverordening is een instrument dat ons helpt om beter besluiten te nemen met meer draagvlak en meer inzicht in wat er leeft onder de burgers. Het is een manier om inwoners vooraf al te betrekken bij belangrijke onderwerpen."
Frodyma schetste ook dat hij in de omgeving ziet dat andere gemeenten ook een referendumverordening hebben: "De gemeente Tilburg werkt al jaren met een moderne referendumverordening, maar ook de gemeenten Oosterhout, Breda, Altena en Geertruidenberg." Ook wilde hij een misverstand de wereld uithelpen: "Een verordening hoeft niet duur, log of zwaar te zijn. De kosten en de drempels hangen volledig af aan de keuzes die wij als raad in de verordening vaststellen."
Na zijn speech vroeg de burgemeester welke partijen deze motie 'op voorhand' steunen. En het bleek dat geen één partij, naast Samen Waalwijk, voorlopig ruimte ziet voor een een referendumverordening. Daarom werd de motie ook niet in stemming gebracht, door onvoldoende steun van de rest van de raad.
Kritische noot Raad
Ilona Klerks van de Waalwijkse VVD gaf een aantal kanttekeningen over een verordening. Zo vertelde zij dat de advocaat van de gemeente Tilburg oproept om vooral het referendum niet te houden. Het dossier van, in dit geval de versmalling van Ringbaan-West, zou te complex zijn voor inwoners. Klerks vreest dat dit ook in Waalwijk gaat gebeuren.
Jan van Groos van de ChristenUnie Waalwijk is duidelijk over de verordening: "Wij zijn tegen dit referendum en zo is dit ook aangegeven in ons verkiezingsprogramma." Ook hij schetst kanttekeningen bij de verordening: "Het kan zo zijn dat de afstand tussen de burger en de staat groter worden. Dit zie je ook bij de brexit gebeuren."
Kritische blik vanuit Bonninga
In een schriftelijke reactie laat Rob Bonninga weten waardering te hebben voor de bijdrage van Richard Frodyma tijdens het debat over de referendumverordening. Volgens Bonninga hield Frodyma een goed verhaal, waarin hij met een treffende metafoor duidelijk maakte wat de toegevoegde waarde van een referendum kan zijn.
Tegelijkertijd plaatst Bonninga kanttekeningen bij de vragen die Frodyma na afloop kreeg. Zo werd door mevrouw Klerks gewezen op Geertruidenberg, waar al jaren een referendumverordening bestaat zonder dat deze is ingezet. Bonninga ziet dat niet als een tekortkoming, maar juist als een positief voorbeeld. Volgens hem laat dit zien dat goede en duidelijke communicatie tussen raad en inwoners kan voorkomen dat het instrument nodig is, terwijl het wel beschikbaar blijft.
Verder verwijst Bonninga naar de situatie in Tilburg, waar vanwege de complexiteit van een dossier werd geadviseerd geen referendum te houden. Volgens hem ligt de oorzaak niet in die complexiteit, maar in het feit dat burgers onvoldoende zijn betrokken bij de totstandkoming van het beleid. Juist in zulke gevallen, stelt Bonninga, is het waardevol dat een referendum mogelijk is.
Bonninga concludeert dat de raad de voeling met de burger dreigt te verliezen. “De burger ervaart dat als: 'als we de vraag niet stellen, hoeven we niet te luisteren.''' Volgens hem is het, zo vlak voor de verkiezingen, een gemiste kans om te laten zien dat de gemeente democratische betrokkenheid serieus neemt. Hij is naar eigen zeggen dan ook erg teleurgesteld in de raad.







